Ons onderwijs

Onze school is verdeeld in 3 bouwen.

De onderbouw bestaat uit Nijntje (peutergroep) en de groepen 1/2.

Zowel Nijntje als de groepen 1/2 werken volgens een ontwikkelingsgerichte benadering. Nijntje gebruikt hiervoor Startblokken, het pedagogisch werkplan voor de vroegvoorschoolse periode. De groepen 1/2 Basisontwikkeling, het werkplan voor de onderbouw.

In beide werkplannen wordt gewerkt an de ontwikkeling van taal, rekenen en andere vaardigheden. Om tot optimale ontwikkeling te komen, moeten de kinderen aan een aantal basisvoorwaarden voldoen. Deze basisvoorwaarden, zelfvertrouwen, welbevinden en nieuwsgierigheid, verdienen veel aandacht en zorg.
Jonge kinderen moeten zich in de meest brede zin van het woord kunnen ontwikkelen. Dat wil zeggen: initiatieven nemen, kunnen communiceren, samenspelen en samenwerken met anderen, planmatig kunnen denken en handelen.
Een actief, breed en goed gebruik van taal is hierin onmisbaar.

Een ontwikkelingsgerichte benadering houdt in dat leerkrachten de taak hebben om te bemiddelen, te helpen en te sturen zodat de actuele ontwikkeling versterkt wordt en om kinderen te leiden naar de ontwikkeling- en leerprocessen die een stapje hoger liggen (de naaste ontwikkeling).

Door activiteiten (spel, constructie, taal, lees/schrijf, reken……) en inhouden (thema’s- onderwerpen) aan te bieden of uit het kind te laten komen, creëer je een grote betrokkenheid bij kinderen. Doordat de thema’s voor de kinderen betekenisvol zijn, passen de activiteiten bij wat het kind graag doet en die het persoonlijk als zinvol en interessant ervaart.

In onze visie heeft spel een leidende rol in het gehele ontwikkelingsproces.
Door het spel leren ze zichzelf en hun wereld kennen; ze ‘oefenen’ o.a. hun motoriek en waarneming; ze leggen sociale contacten, leren met elkaar rekening te houden en samen te spelen.

Bij de kleuters zult u vaak hoeken tegenkomen die uit de werkelijkheid zijn nagebootst en waar de kinderen een thematisch rollenspel kunnen spelen.
De materialen voor deze hoeken worden vaak door de kinderen zelfgemaakt. In een restaurant kun je een echte kok spelen of een ober. Wil je dit ‘echt’ kunnen spelen dan heb je een menukaart of misschien een kookboek nodig. Dit is een betekenisvolle activiteit waar een kind erg betrokken en toe gemotiveerd zal zijn. Het resultaat kan hij/zij straks in zijn/haar spel gebruiken. Het thema restaurant zal de meeste kinderen erg aanspreken, ze gaan immers allemaal weleens lekker uit eten!

Deze benadering leidt er dan ook toe dat de kinderen niet altijd dezelfde werkjes zullen maken en ook niet evenveel.
Spelen doe je, het is niet altijd zichtbaar!

Peuters en kleuters houden veel van herhaling.
Daarom vind je in iedere klas een aantal routines terug. Bijvoorbeeld bij de dagopening. Gezamenlijk bekijken we of alle kinderen aanwezig zijn.
Is er iemand absent dan wordt zijn of haar foto omgedraaid door het hulpje.
Dan worden de dagritmekaarten bekeken en de kalender.
Bij het begin van een thema wordt er altijd een woordweb (wat hoort er allemaal bij dit thema?) gemaakt. Vaak maken we een verteltafel bij een boek zodat we het verhaal na kunnen spelen.
Cijfers en letters komen ook aan bod, niet omdat ze deze moeten kennen maar om er kennis mee te maken.

De kring is een terugkerende werkvorm in alle groepen. Hierin worden (taal/reken)spelletjes gedaan, voorgelezen, gesprekken gevoerd, gezongen, muziek gemaakt, etc.
Soms met alle kinderen in een grote kring en soms in een kleine kring. De kinderen die niet deelnemen aan een kleine kring moeten zelfstandig werken/spelen. Per leeftijd is de tijdsduur en de manier waarop dit gebeurt verschillend.
Het planbord, zoals dit in de kleutergroepen gebruikt wordt, helpt hen hierbij. Ieder kind heeft een naamkaartje met een magneetje eraan en op het bord hangen kaartjes met pictogrammen van de activiteiten waarmee gespeeld kan worden. Door je naam bij een kaartje te hangen kies je voor een activiteit. Er zijn gele/groene en rode kaartjes.
De gele kaarten geven de vrije keuze activiteiten aan. De rode en de groene kaartjes zijn de weekwerkjes. Rood voor de oudste kleuters en groen voor de jongsten. Deze werkjes worden op maandag uitgelegd en de kinderen tekenen deze zelf af.
De weekwerkjes kunnen variëren van het maken van een puzzel, spelletje of werkblad tot spelen met de verteltafel, etc.

Deze werkwijze is een voorloper van het zelfstandig werken in Deelschool 2, het biedt de leerkracht en het kind een duidelijke structuur en leert kinderen keuzes maken en plannen.

Drie keer in de week gaan we naar de gymzaal. Twee keer voor een les en één keer om vrij te spelen. Op de andere twee dagen kijken we televisie (voornamelijk programma’s van de Nederlandse Onderwijs televisie).
Iedere dag spelen we buiten. Soms alleen en soms met andere groepen.

Hierboven staan de gewone dagelijkse activiteiten beschreven maar we doen natuurlijk ook weleens ‘bijzondere’ dingen zoals koken, een uitstapje maken, een voorstelling geven, etc. vaak als afsluiting van een thema.

 

De middenbouw bestaat uit de groepen 3 en 4

In de groepen 3 wordt de eerste drie weken gezamenlijk gestart. Er wordt in deze 3 weken gekeken en getoetst op welk leesniveau de leerlingen zitten. De verschillende materialen worden uitgelegd. Daarna wordt er in groepjes op niveau gewerkt wat betreft het leesprogramma. De manier van werken staat op het bord. Vanaf oktober krijgen de leerlingen ook een weektaak

In de groepen 4  werken de kinderen vanaf de tweede week met een weektaak. Hierop staan de werkjes die zij zelfstandig kunnen maken, bij welk werk ze samen mogen werken en bij welk werk instructie plaatsvindt. In de tijd dat de leerlingen zelfstandig werken, werkt de leerkracht met een groepje leerlingen dat extra instructie nodig heeft, of een groepje dat uitleg krijgt over de verrijkingsmap.
De spreekbeurten en boekenbabbels worden vanaf groep 4 gehouden.

Er wordt naast de basisvakken taal, lezen, schrijven en rekenen ook aandacht besteed aan Engels, oriëntatie op wereld en maatschappij, tekenen, handvaardigheid, drama en muziek.

In de groepen 3 en 4 geeft de eigen leerkracht Engels en handvaardigheid.

Via Parro ( een privé en veilig sociale media voor onderwijs) wordt extra contact gehouden met ouders.

 

De bovenbouw bestaat uit de groepen 5, 6, 7 en 8.

In deze leerjaren hebben de kinderen voor het eerst regelmatig huiswerk.
Aan het einde van groep 7 maken de kinderen de CITO Entreetoets. Aan de hand van de resultaten van deze toets zien de leerkrachten wat goed beheerst wordt en aan welke onderdelen nog extra aandacht moet worden besteed.
In groep 8 krijgen de kinderen en hun ouders in maart advies t.a.v. het voortgezet onderwijs. Ter bevestiging van dit advies wordt in april ook nog de Eindtoets Route 8 gemaakt. Er is tevens de mogelijkheid om de EFO toets te doen.
In mei volgt het schoolverlaterskamp en in juni wordt door de groepen 8 ook nog een slotfeest gehouden.
In de groepen 5, 6, 7 en 8 wordt erg hard gewerkt binnen het lesrooster, maar naast flink aanpakken is er ook aandacht voor de creatieve vakken zoals drama, muziek, tekenen en handvaardigheid.

De populatie van onze school is heel divers, sommige leerlingen zijn hier tijdelijk op het eiland en keren daarna weer terug naar Nederland. Een steeds groter deel van onze leerlingen wonen langdurig op Curaçao. Daar wij een Nederlandse school in het buitenland zijn, vinden wij het belangrijk om in ons Nederlandse leerstofaanbod ook plaats in te ruimen voor de cultuur van het eiland waarop wij ons bevinden. Daarom is er 1 keer per jaar een project van 3 a 4 weken waarin de school zich alleen bezig houdt met de cultuur van de Nederlandse Antillen. Dit is maar een klein onderdeel van de jaarlijks terugkerende thema’s en activiteiten van de school.